Post-transplant : waar moet je op letten ?

 

Na de transplantatie kunnen er veranderingen in je gezondheidstoestand optreden die de eerste tekenen kunnen zijn van complicaties. Het is best ok dat je dat op voorhand weet en kan herkennen zodat je tijdig contact kan opnemen met je arts.

 

Wat kan dat zoal zijn ?

  • koorts
  • extreme vermoeidheid
  • geelzucht
  • buikpijn
  • overal jeuk
  • beven of schudden
  • wazig zicht
  • overdreven koud of warm gevoel
  • echt zware hoofdpijn
  • diarree
  • braken
  • kortademig
  • pijn op de borstkas 
  • weinig urine, zeer donkere urine

 

Indien je één of meerdere van bovenstaande symptomen krijgt, contacteer dan uw arts. Neem geen medicatie op eigen houtje. Dit kan de werking van je immunosuppressiva beïnvloeden. Bij diarree had je misschien de gewoonte om huismiddeltjes te nemen zoals actieve kool (Norit enz.) maar dat product slorpt andere medicatie op ... niet doen dus. Vraag steeds advies wat je best neemt of moet doen.

 

Infecties

Na transplantatie ben je zeer gevoelig om een infectie op te lopen. De medicatie -immunosuppressiva- die je levenslang moet nemen, verlagen je lichaamseigen immuniteit en maken het voor je lichaam moeilijk om te vechten tegen besmettingen.

Het kan gaan om bacteriën (bvb. E.coli), virussen (bvb. CMV) of schimmels (bvb. Candida).

In dat verband is koorts of ook rillingen steeds een indicator dat je niet moet wachten om medische hulp te zoeken. Stel het niet uit omdat het weekend is of avond, de Spoedopname is altijd open.

 

Afstoting

Bij transplantatie wordt een vreemd orgaan in jouw lichaam ingeplant, waarbij de normale reactie van uw lichaam is om dat lichaamsvreemd element te willen weren. Uw lichaam zal je nieuwe lever aanvallen omdat het geen oorspronkelijk deel is van jou.

Medicatie is nodig om dit tegen te gaan. Na transplantatie is het noodzakelijk immunosuppressiva te nemen. Daarmee verlaag je je eigen immuniteit waardoor je lichaam niet meer in de aanval gaat tegen het nieuwe orgaan. 

In het begin na transplantatie zijn meerdere medicamenten en hogere dosis nodig om afstoting tegen te gaan maar meestal kan geleidelijk aan de dosis verlaagd worden. Er wordt gezocht naar een evenwicht tussen voldoende hoge lichaamseigen immuniteit om niet continu ziek te worden en voldoende lage onderdrukte immuniteit om je nieuwe orgaan niet af te stoten.

 

Afstoting gebeurt als er een onevenwicht ontstaat in je immuniteit ... als je lichaam je orgaan terug als lichaamsvreemd begint te zien. Belangrijk om weten is dat afstoting geen kwestie is van alles of niets ! Meestal is men door corrigeren van medicatie of andere in staat om het probleem te stoppen. Maar het blijft dus wel heel belangrijk om tijdig aan te geven wanneer je denkt dat er iets verkeerd gaat.

 

 

Je nieuwe lever is je nieuw leven, laat dit niet verwoesten door een infectie

 

In de onderzoeken die je opname op de wachtlijst voorafgaan is een grondige controle van je gebit een prioriteit. Maar ook na transplantatie is een goeie mondhygiëne heel belangrijk. De tandaandoeningen die optreden bij transplantatiepatiënten zijn dezelfde als bij niet-transplantatiepatiënten, bv. aandoeningen van het tandvlees, gaatjes, abcessen, infecties enz. Maar ten gevolge van de immunosuppressiva die je levenslang moet slikken, heb je een grotere kans op tandvleesverdikking en een meer risico op schimmels of infecties in uw mond.

 

Waar moet u op letten ?

  • Probeer tweemaal per dag uw tanden te poetsen
  • Poets elke tand afzonderlijk (tel telkens tot 3) en poets dicht tegen uw tandvlees
  • Elektrisch poetsen is gemakkelijker en efficiënter
  • Vervang de tandenborstel tijdig, wacht niet tot die versleten is. Zorg dat je reserve in huis hebt
  • Gebruik tandpasta  met fluor. Inslikken is niet schadelijk
  • Vermijd overmatig naspoelen met water
  • Poets éénmaal per dag tussen de tanden met borsteltjes of flosdraad
  • Gebruik een tongschraper om het tongbeslag te verwijderen en om zo de tong te reinigen
  • Alle materialen steeds afspoelen en droog bewaren want je wil geen kweekbodem voor bacteriën
  • Laat je tanden minstens twee keer per jaar nakijken en reinigen bij de tandarts
  • Breng je tandarts en zijn medewerkers op de hoogte van je medische toestand. Zij zijn opgeleid om speciaal rekening te houden met je situatie.
  • Leg bij elk bezoek reeds de volgende afspraak vast, want de tijd gaat supersnel voorbij.

 

Waarom is dat zo belangrijk ?

  • Een slechte mondgezondheid kan lijden tot infecties, ontstekingen en dus pijn. Hierdoor kunt u eet- en drinkproblemen krijgen. Dit is niet bevorderlijk voor uw gezondheidstoestand.
  • Een slechte mondgezondheid kan leiden tot infecties op ander plaatsen in je lichaam, zoals bijvoorbeeld een longontsteking.
  • Een slechte mondhygiëne kan leiden tot tandvleesontsteking, wat het risico op hart- en vaatziekten kan vergroten. Bij een tandvleesontsteking kunnen gevaarlijke bacteriën in de bloedbaan terecht komen, wat kan leiden tot bloedstolsels die een infarct of beroerte tot gevolg kunnen hebben.